Verstopt
Over het moment waarop ik dacht dat de verhuizing me niet kon vinden.
Mijn beste schrijfmoment van deze week was op kantoor.
Niet omdat ik daar bijzonder geïnspireerd raakte, maar omdat er een fatsoenlijke bureaustoel stond. Het kabbelende werktempo liet ruimte voor eigen inbreng en er was airco.
Een beetje make-up en een geurtje waren een fijne afwisseling na alle verf in mijn haar en steeds dezelfde kluskleding. Terwijl ik grapjes met mijn collega’s maakte, krabbelde ik wat ideeën op een papiertje.
Telefoon. Uit een soort automatisme grijp ik mijn werktelefoon. Roep daarin iets over wie we zijn en wat we doen. Mijn collega kijkt me verdwaasd aan. ‘Deze moet je hebben,’ fluistert ze en wijst naar mijn eigen telefoon.
Haastig neem ik die op. ‘Goedemiddag,’ zegt een mevrouw, ‘wij wilden graag nog even een afspraak maken voor het plaatsen van twee opdekdeuren.’ Ik schrik. Ze hebben me gevonden.
‘Oh… maar de monteur zou dat toch al doen?’ Ik zoek in mijn agenda of ik iets gemist heb. ‘Nee hoor,’ lacht de mevrouw vriendelijk, ‘er moet echt nog een afspraak gemaakt worden.’
Met tegenzin geef ik een datum door. Na het werk ga ik zelf wel kijken hoeveel deuren er nu echt in mijn nieuwe huis zitten. De ideeën zijn ondergekrast met maten, data en een telefoonnummer.
Vrijdag verhuizen we.
Ik zie je aan de andere kant.