Meelopen

Samen verdwalen is ook op weg zijn.

Je bent aan het verdwalen. Jij weet dat zelf ook. Ik wil graag nog even met je meelopen. Omdat de terugweg geen optie is.

Je weet nog dat mijn man binnenkort jarig is. Maar de dagen van de week ben je kwijt. 

‘Nou,’ zeg ik, ‘trok je je daar vroeger veel van aan dan?’

‘Het is eng,’ zeg je. Niet meer weten hoe iets zit. Wat al verteld is. Niet meer aan honderd dingen tegelijk kunnen denken. Maar het hielp toch niks, zeg je daarna. En ergens geeft dat rust.

Omdat het niet meer kan, en dus ook niet meer hoeft. 

‘Je intuïtie hou je wel,’ zeg ik.

Ik weet niet of dat waar is.

Je weet in ieder geval dat Kerst eraan komt. Al maanden. En toen je kleindochter jarig was, bleef je maar cadeautjes kopen. 

‘Jij en je man kunnen goed klussen samen, he.’ Samenwerken is belangrijk geworden. 

Ik weet alleen niet of ik je uitnodig in mijn nieuwe huis. Bang dat je nog verder verdwaalt. 

Dus ik loop met je mee. 

Want ik zie je. 

In alles.