Haalbaar

Je kunt behoorlijk ver komen met passen en meten.

Ik sta met mijn sokken op de vloer. Langzaam beweeg ik mijn tenen. Voelt goed. Niet koud of hard. Ik kijk naar beneden. Mooie kleur ook. Met een glimlach bedenk ik me dat dit boven ook ligt. En zelfs op de verdieping bovenin.

Dan kijk ik om me heen. Zoveel ramen. Licht. Groen. De katten spelen tikkertje, zonder iets te raken. 

De offerte voelde als een stevige trap in mijn ribben. Hij stelde laminaat voor boven. Maar ik zei: ‘Nee, als we er echt voor gaan, dan kan dit. Overal.’ En dus werd er gerekend. En nog een keer. En schraapten we ons vakantiegeld bij elkaar. 

Want ik kan heel goed schuiven. Passend maken. Doordeweek is woensdag mijn vrije dag. Dan maak ik schoon, doe ik de was. En dan is het op. Dan ga ik niet meer winkelen, of afspreken of met de honden lopen. Dan kruip ik in mijn hoekje van de bank. Donderdag moet ik weer werken. 

Op mijn werk vragen mijn collega’s dan of ik een leuke, vrije dag heb gehad. Natuurlijk. Want het klopt toch? Alleen als ze tussen de middag gaan wandelen ga ik niet mee. Want ik moet de middag nog. 

Je ziet er verder niks van. Alles draait, doet het en werkt. Daar zorg ik voor. Ik doe het al heel lang zo. Als niemand komt helpen, moet je toch door. Maar de laatste tijd vraag ik me af wat verder dan is. 

Ik kijk nog een keer rond in de kamer. Ik zie de wolken voorbij schuiven en een espressobruine wand met plaats voor een oude schrijftafel.