Hier en daar
Ergens tussen wat achterblijft en wat nog moet beginnen.
Het plastic striemt in mijn vingers. Kwasten, rollers, muurvuller en tape puilen uit een te kleine boodschappentas. Hij begint al te scheuren. Net als mijn spijkerbroek. Niet hip gescheurd, maar echt kapot. Hij hangt van vier kleuren verf aan elkaar.
Het grote blik latex zet ik met een zucht naast mijn afgetrapte gympies. Het is warm. Ik zweet. Ik veeg over mijn gezicht en voel opgedroogde verf. Ik zie er niet uit. Het boeit niet. Ik moet verder.
Auto’s voor en achter mij jagen door. Ik voel in mijn zakken. Sleutelbossen. Geen idee wat waarvan is. Ik overweeg op deze vluchtheuvel te blijven. Tot een auto vaart mindert en de bestuurder driftig naar me gebaart. Met de tas en het blik waggel ik de weg over. Ik probeer als dank te glimlachen. De bestuurder schrikt zichtbaar.
Even later dump ik alles bij een voordeur. Ik check het huisnummer. Een voor een probeer ik de sleutels. Ik word gebeld. De monteur wil mijn postcode weten. Ik weet het niet. Dan maar het adres. Hij zucht. Ik hang op en krijg eindelijk de deur open.
Het huis is leeg. Tussen de verfspullen en het afdekzeil staat een vissersstoeltje. Ik zet het verfblik neer. Het klinkt hard en hol in de ruimte. Ik zoek een schaar. Ik heb er eentje gekocht voor hier. Maar ik vind hem niet. Dan ligt hij waarschijnlijk toch daar.
Ik zak in het vissersstoeltje en kijk om me heen. Dit moet het dan worden. London Clay op de muur. En Skimming Stone. Prachtig. Weken naar gezocht. Veel te duur. Maar wat gaat het doen? Ik zoek verder en vind een schroevendraaier. Daar krijg ik dat blik wel mee open.
Terwijl ik het daglicht wegschilder, word ik weer gebeld. Kom ik eten? En dozen inpakken? Ik prop de sleutels en de schroevendraaier in mijn zak. Misschien moet er nog iets uit elkaar. Ik sjok dezelfde weg terug en beland op de vluchtheuvel.
Ik weet wat daar op me wacht. Dozen tot aan het plafond. Geen plek om echt te zitten. Vuilniszakken vol dingen die sinds kort troep geworden zijn. Met een deadline.
Weer denk ik erover hier te blijven. Ergens hoor ik muziek. Een voet doet al mee.
Zo zonder postcode en stadsverwarming sta ik hier eigenlijk fokking goed.