Knip

Over een kleine kater en lang wachten.

Vol vertrouwen stapte hij de reistas in en ging er ontspannen bij liggen. Precies daarom voelde ik me rot. Ik ging hem naar een dierenarts brengen voor een operatie, terwijl hij niets mankeerde.

Ik keek nog eens naar hem. Naar hoe hij me kopjes gaf door de tas heen. Mijn puberkater had hooguit last van gierende hormonen. Verder was hij in alle opzichten precies zoals hij moest zijn. Ik voelde me een verschrikkelijk mens.

Mijn vriend bracht hem weg. Omdat ik liever naalden in mezelf stak dan dat ik aan zou moeten zien hoe een dierenarts dat bij mijn kleine kater zou doen. Tot het laatste moment twijfelde ik nog. Daarna begon het wachten. 

Natuurlijk had ik genoeg te doen. En ik deed die dingen ook allemaal. Dan hoefde ik in ieder geval niet na te denken over wat er met hem zou gebeuren. Maar er bleef toch een stukje dag over. Een heel stil stukje.

Geen miauwend geklets. Geen aanval op de gordijnen. Geen kamikazeacties op de trap en geen gezellig geronk. In minder dan een uur wist ik precies hoeveel ruimte mijn kleine kater in mijn huis en mijn leven had ingenomen. 

Toen ik hem dan eindelijk mocht ophalen, moest ik me inhouden om niet veel te hard te rijden. En bij de dierenarts om niet naar achteren te lopen en hem zelf te gaan halen. De assistente was heel lief, maar ik wilde hem terug. Nu meteen.

Eenmaal thuis was hij niet eens boos of beledigd. Hij zag er alleen uit of hij met een grasmaaier had gevochten. En na een half uurtje poetsen was hij zijn knappe zelf weer. Verder heb ik hem verteld dat het me speet, maar dat ik echt alleen het beste voor hem wil. 

De rest van de dag heb ik hem natuurlijk tot op het bot verwend. Met de beste slaapplekjes, knuffels en een kattendiner. 

Ik breng hem nooit meer weg.