Ant fucking

Soms heb je maar één werkwoord nodig.

Mijn collega is jong en zit vol ambitie. Ze vertelt me vaak over wat ze allemaal nog wil. Er is alleen een struikelblok. Ze kan geen Engels.

Niet van: ik kan niet altijd op het juiste woord komen. Ze kan het echt niet. Ze schaamt zich ervoor. Ongemakkelijk vertelt ze het me.

Toch laat ze het er niet bij zitten. Ze doet een cursus en zorgt ervoor dat ChatGPT haar iedere dag bestookt met zinnen en werkwoorden. Maar hardop Engels spreken vindt ze eng.

Op het werk stuur ik haar een persoonlijk berichtje: ‘So how was your weekend? Can you tell me about it?’ Het duurt even, maar dan stuurt ze iets terug: ‘Yes, it was good but I did nothing.’

Met glinsterende ogen steekt ze haar hoofd over haar computerscherm. Duimpje omhoog. Goed hè.

Er gaan berichtjes over en weer. ‘Good, I know this word not yet.’ Ze schrijft het woord op een geeltje. Plakt het op haar pc. ‘Courageous’.

Af en toe stuur ik haar een beetje bij of leg iets uit. ‘The most important thing is that people understand you,’ zeg ik. ‘The rest is mostly…?’

Ik laat de zin open zodat zij hem kan aanvullen. Ze weet het niet.

‘Ant fucking, natuurlijk,’ stuur ik terug. Ik hoor hoe ze achter haar computer in de lach schiet.

De rest van de middag passen we het nieuwe werkwoord overal op onze werkplek toe.