Rugzakje

Gepubliceerd op 16 maart 2026 om 21:52

Ik laat me op een stoeltje vallen, net achter de chauffeur. Zuchtend krul ik me tegen het raam. Klaar om naar huis te gaan. Ik verstop me voor de drukte in een bubbel van muziek, verhalen en spelletjes.

Door het raam kijk ik naar de regen terwijl de bus weer optrekt. Zo laat ik letterlijk de werkdag achter me terwijl de motor me in een aangenaam roesje ronkt.

Achter me klinkt ineens een vrouwenstem. Hard en sarcastisch. ‘Mooi he? Kun je het goed zien?’

Even lijkt de rest van de bus op een reactie te wachten. Die komt niet. En dus hobbelen we verder.

Als ik bijna bij mijn halte ben gaat de stem verder. Steeds harder. ‘Ik sta vanavond bij jou aan de deur meisje. Dat je ’t weet. Beetje de hoer spelen met vreemde mannen’.

Ik sta op. Ze staat bij de deur. Een tengere vrouw met strak, donker haar en bijna zwarte ogen. Ze houdt zich vast aan een paal terwijl ze steeds sneller praat. Bijna schreeuwt. Alsof alles er nog uit moet voor ze bij de halte is.

‘Zes kinderen, en je kunt er niet eentje van houden. Dus ik zoek je op, meisje.’

Wie goed luistert kan in haar ijskoude toon ook iets anders horen. Iets zachts. Misschien verdriet. Misschien wanhoop. Maar de bus hoort alleen haar kille woede en houdt ongemakkelijk zijn adem in.

Als de deuren open gaan schiet ze weg. Twee jongetjes met een rugzak om doen hun best haar bij te houden. Dicht bij elkaar. Op gepaste afstand van haar.

Voor hen beent zij verder, kijkt af en toe met wilde gebaren op haar telefoon. Een straat lang lijkt ze niet te kunnen kiezen tussen weggaan of teruggaan.

Ik vang de blik van de jongens. Het lijkt of ze dit vaker hebben gezien.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.