Mooi he.
Een ezeltje dat mooie dingen laat zien.
Er zijn mensen die een lunchpakket meenemen. Wij hadden een afspraak met een ezeltje.
We zouden met hem gaan wandelen. Door het bos. Langs een rivier. Hij zou de lunch meebrengen. Het was een zonovergoten dag. Toen we aankwamen werd hij net geschoren. Terwijl we stonden te wachten nam hij ons zijdelings op. ‘ Jullie? Echt? Zelf weten hoor.’ Mijn borstelen onderging hij gelaten terwijl hij met zijn lippen hier en daar aan mijn broek en shirt plukte.
Twee kleine rieten mandjes met inhoud gingen op zijn rug en zo gingen we op weg. Braaf liep hij mee het erf af. Tot de eigenaar uit het zicht was. Met vier hoefjes aan de grond en een stevige ruk aan zijn halster maakte hij ons duidelijk dat deze wandeling volgens bepaalde regels moest verlopen. Die van hem. Nadat ik me had voorgesteld met een aai en een brokje besloot hij dat het zo wel kon.
Zo wandelden we, mijn lief en ik, met hem tussen ons in. Af en toe kriebelde ik door zijn manen. Langs een voetbalveld waar gestreden werd en kinderen naar het ezeltje riepen en zwaaiden. Hij gaf geen krimp. Even verderop in het bos bleef hij staan toen hij in de verte iets dacht te zien. Ik keek met hem mee. ‘ Mooi hè.’ We liepen verder met het geluid van de vogels, tussen de bomen. We praatten met elkaar en met het ezeltje. Ik keek hoe zijn oortjes meebewogen met iedere stap.
Bij de rivier stond een bankje bij het hoge riet. We keken in de mandjes om te zien wat hij had meegebracht. Hij zocht zelf ook wat uit. Zo aten we met zijn drieën terwijl mensen met honden voorbij liepen. In het dorp verderop keek hij mensen terwijl wij op een bankje zaten en duwde zijn fluweelzachte neusje in mijn hand om te kijken of er nog wat in zat.
Eenmaal terug riep hij enthousiast naar zijn vrienden die hem bij het hek kwamen begroeten. Het halster en de mandjes mochten af en zo liep hij terug de wei in. Ik liep nog even de stal in.
Hij liep weer naar binnen en duwde nog even zijn neus tegen mijn hand.