Hij was enorm. Groot en sterk, met donker haar en een snor die kriebelde. Ook al was hij veel ouder dan ik, echt op leeftijd, toch was ik graag bij hem. Hij wilde altijd naar me luisteren en was net zo lief en voorzichtig als hij groot was. Ik borstelde zijn haar en bracht hem mandarijntjes. Zijn favoriet.
Ik was een kind en kon met wat moeite net op zijn rug klimmen. Dan gingen we samen rijden. Naar het bos, of in de manege. En toen er een wedstrijdje werd gehouden schreef ik ons in. ‘ Niet vergeten dat hij niet alles meer kan, he,’ zei de eigenaar van de manege tegen me. Daar gaf ik niks om. Ik poetste hem tot hij blonk en vlocht zijn manen in.
We wachtten tot de deuren van de bak opengingen. Een beetje gespannen. Ineens stond de eigenaar naast ons. Keek even naar mij, toen naar Donar. Zijn ogen vochtig. Streelde zijn hals.
‘Mag je nog een keer, jongen?’
Dan gaan de deuren open. Donar spitst zijn oren, ik voel zijn spieren spannen en rollen.
Het enige dat ik hoor is zijn snuiven. Zijn stampende hoeven in het zand.
Iedereen kijkt.
Hij gaat.
Ik rij alleen mee.
Reactie plaatsen
Reacties