Ze nodigt uit haar hoofd aan te raken
glanzend en glad.
Buigt een beetje.
Doe maar.
Mensen die anders niet eens kijken.
Handen op haar huid
bijna teder.
Alsof het mag.
Alsof alles ineens kan.
Ze lacht.
Geen lichte lach.
Ze geeft licht.
Hier,
en nu.
Ik kijk ernaar.
Helemaal zichzelf.
Ze lijkt vrij.
Later hoor ik over hem.
Succesvol.
Gezond.
Alles op orde.
Tot hij in een winkel onderuit gaat.
Hart.
Zomaar.
Sindsdien belt hij
elke dag.
Waar ze ook zijn.
Alsof de lijn open moet blijven.
Alsof stilte geen optie meer is.
Ik denk aan haar
Aan hoe ze daar stond.
Hoe dichtbij alles ineens mocht komen.
En aan hem.
Hoe hij alles vast probeert te houden.
En ergens daartussen
ben ik.
Reactie plaatsen
Reacties