Buiten in de pauze staat ze voor me. Ze staat er verkrampt bij. Haar gezicht grauw van vermoeidheid. Ze draait aan de ring om haar vinger en kijkt voortdurend schuw op haar telefoon. Hij wil dit. Zij is allang klaar. Nu wil ze een exit zonder kleerscheuren.
‘Stop er gewoon mee.’ ‘Pak je eigen leven terug. Hij doet dit voor zichzelf, niet voor jou. Kapot gaan geeft scherven.’
Nu kijkt ze wel naar mij, maar de blik in haar ogen is kouder geworden. Terwijl ze zich van me afdraait trekt het bloed uit mijn gezicht. Paniekerig zoek ik de juiste ingang. ‘Wacht nou even, je begrijpt me niet’. ‘Ik wil je alleen maar helpen.’ Maar het klinkt dom en het gat wordt groter.
Als ik alleen weer terug naar binnen loop ben ik zo klein geworden dat ik de deur bijna niet meer open krijg.
Reactie plaatsen
Reacties