Een bezichtiging voelt al bijna als het winnen van de jackpot. Die moest je dan wel meteen weer meebrengen voor de huur. Maar goed. Nu liep ik dan achter de makelaar aan de trap op.
Naar een appartement. In het aardedonker. Maar dan hoefde ik in ieder geval niet te zien wat er op die trap lag. Het voelde zompig en rook naar oude mayonaise en sportsokken.
Eenmaal boven gebaarde hij trots naar de ruimte. Ik keek, maar hoefde mijn hoofd amper te draaien. ‘Gewoon even schilderen!’ In de muren zaten dikke scheuren. Alsof de bliksem was ingeslagen. De schimmel deed de rest.
De keuken zou toch een aparte ruimte zijn? Hij gebaarde naar het frame wat ooit een keukenblok was geweest. ‘Dat is dit toch? Kom even naar buiten.’ Een moment later stond ik op een balkon dat wild onder mijn voeten kraakte. Het enige dat indruk maakte was dat de makelaar er ook ging staan.
Maar hij vloog alweer naar binnen en riep overmoedig: ‘En dan kan hier een bed.’ Ik keek rond. Dat kon ook nergens anders. Wilde je je aankleden dan moest wel eerst het bed opzij. De vaste kast kon anders niet open.
Mijn blik ging naar het plafond. Een paar sneue draden in wat zwart geblakerde vlekken. De makelaar deed zijn mond open, maar ik onderbrak hem.
‘Gewoon even schilderen. Ja. Ik snap het.’
Reactie plaatsen
Reacties