De illusie dat ik knap zou zijn heb ik al jaren geleden uit het raam gegooid. Van anderen hoor ik eerder dingen als: ‘ Jij lijkt echt op niemand’ of ‘ Je hebt veel karakter en expressie in je gezicht’. Nou, dan weet je het wel. Toch laat ik geen mogelijkheid onbenut om de boel een beetje op te leuken waar dat kan. Om niemand te hoeven confronteren met de hartverzakking die ik krijg als ik ‘s morgens voor de spiegel sta. En natuurlijk ook omdat ik mezelf dan wat meer aangekleed voel. Ik heb inmiddels een aardige tool kit aan make-upjes opgebouwd.
Lippenstift is daarin één van mijn favorieten; van nude tot vlammend rood, ik heb het allemaal. Sterker nog, mijn lippenstiften zijn overal. In mijn tassen, het laatje van mijn make-up tafel, jas- en broekzakken, en af en toe vind ik er zelfs eentje in de wasmachine. Gezellig meegedraaid op 40 graden zodat ik daarna nog dagen bezig ben de rode smurrie uit mijn spijkerbroeken te krijgen. Toch blijven ze me roepen, in iedere winkel, en sta ik hebberig te staren naar al die tinten en texturen.
Je zou denken dat ik, met deze voorliefde die we ook gerust een lichte verslaving mogen noemen, heel zorgvuldig kies. Wat bij mijn huidtint past, mijn haarkleur en mijn ogen en mijn stijl. Maar nee, daar loop ik keihard langs. Lippenstift kies ik puur op mijn gevoel en mijn humeur. Wat ik denk dat ik op dat moment nodig heb. En dat geeft soms aparte resultaten.
Zo vond ik in die eerder genoemde la een gloss die van kleur veranderd. Oei. Het bleek gierend roze te zijn. Dat zou dan zo lekker zomers staan bij mijn zongebruinde huid die vakantie. Maar mijn puur witte huid wordt niet bruin. Nooit. En ook die vakantie was ik gewoon weer stevig verbrand. Of die keer dat ik een pak droeg en een beetje stevig wilde overkomen. Diep, heel diep aubergine. Zo stevig dat de persoon die mij zou ontmoeten eerst mijn lippen zou zien en daarna pas mij. Bijzonder.
Maar die kleuren zijn wel een stukje van mij. Soms te fel, te diep, te gek of domweg teveel.
Dat is dan maar zo.
Reactie plaatsen
Reacties